
Ik ken het gevoel. Je staat ergens, wil goed eten, maar de weegschaal is thuis. En dan? Raden maar, of toch maar die friet.
Terwijl de oplossing zo simpel is dat ik me afvraag waarom ik er niet eerder op gekomen ben. Je hebt het perfecte meetinstrument altijd bij je. Je handen.
Ik doe dit al jaren. Geen stress, geen tellen, geen app. Gewoon kijken en doen.
Zo werkt het:
Eiwitten — de grootte van je handpalm. Een stuk vlees, vis of tofu. Zo veel als er in je platte hand past.
Koolhydraten — de grootte van een vuist. Rijst, aardappelen, pasta. Eén vuist is genoeg.
Vetten — de grootte van je duim. Dat is ongeveer één lepel olijfolie, een schep pindakaas of een handje noten.
Groenten — de grootte van twee vuisten. Hier mag je royaal zijn. Groenten vullen zonder veel te wegen.
Het mooie: het past zich automatisch aan jou aan. Grotere mensen hebben grotere handen — en hebben doorgaans ook meer nodig. Kleinere mensen hebben kleinere handen. Het systeem denkt voor je mee.
Ik ben gestopt met elke calorie tellen. Niet omdat het niet uitmaakt wat ik eet — maar omdat ik mijn leven er niet omheen wil bouwen. Deze methode geeft me controle zonder me te controleren.
Dat is precies waar mijn boek over gaat. Niet meer doen dan nodig. Maar ook niet minder dan nodig. Gewoon wat werkt.
De Kracht van 50+ verschijnt op 1 september.
Blijf sterk.
EvanU